“Maar ik heb zó hard gewerkt…”

In tuchtzaken hoor ik jeugdprofessionals regelmatig verzuchten dat zij ontzettend hard hebben gewerkt en altijd naar beste vermogen hebben gehandeld. En vaak is dat ook zo.

Hard werken is niet hetzelfde als professioneel handelen

In tuchtzaken hoor ik jeugdprofessionals regelmatig verzuchten dat zij ontzettend hard hebben gewerkt en altijd naar beste vermogen hebben gehandeld. En vaak is dat ook zo.

De praktijk van jeugdprofessional is complex. Casussen zijn ingewikkeld, ouders en kinderen kunnen boos of wantrouwend zijn, samenwerking verloopt niet altijd vanzelfsprekend, de werkdruk is hoog en scheidingscasuïstiek brengt eigen uitdagingen met zich mee. Het is begrijpelijk dat professionals hopen dat hun inzet en goede bedoelingen zwaar meewegen.


Wat toetst de tuchtrechter?

Toch is dat niet de kern van wat een tuchtrechter toetst. Een tuchtrechter kijkt in de eerste plaats naar het professionele handelen. Is er gewerkt volgens de normen van het vak? Zijn de richtlijnen uit de beroepscode gevolgd? Is er voldoende met ouders én kinderen gesproken over zorgen, voorgenomen stappen en beslissingen? Is er gereflecteerd op het eigen handelen? Is onderzocht én besproken waarom samenwerking vastliep of waarom hulpverlening stagneerde? Dat zijn de vragen die centraal staan. Natuurlijk kunnen omstandigheden een rol spelen. De complexiteit van een zaak, de beschikbare tijd, het gedrag van betrokkenen of de intenties van de professional kunnen worden meegewogen. Maar de professional blijft ook onder moeilijke omstandigheden gebonden aan de beroepsnormen.


Engageren én positioneren

Juist daar ligt voor veel jeugdprofessionals, en met name zij die werkzaam zijn in de jeugdbescherming, een uitdaging. Velen zijn sterk in het engageren: het maken van contact, het opbouwen van vertrouwen en het zoeken naar verbinding met gezinnen. Maar soms vraagt een situatie ook om positioneren: duidelijk aangeven wat nodig is, welke verantwoordelijkheid je als jeugdbeschermer hebt en welke stappen gezet moeten en/of kunnen worden. Dat voelt niet altijd prettig. Sommige professionals zijn bang dat zij de relatie met cliënten beschadigen wanneer zij zich steviger opstellen. Toch kan positioneren juist bijdragen aan duidelijkheid en voorspelbaarheid.


Complexe scheidingen: boven de partijen blijven

Complexe scheidingen vormen daarbij een bijzondere uitdaging. Ouders spreken elkaar tegen, gunnen elkaar weinig en uiten over en weer verwijten. Jeugdprofessionals kunnen zich in dergelijke situaties gebruikt voelen als speelbal in een strijd die zij niet kunnen oplossen. Dat gevoel is vaak niet onterecht. Het is vrijwel onmogelijk om alle betrokkenen tevreden te stellen. Juist daarom is het essentieel om boven de partijen te blijven staan en consequent meerzijdig partijdig te werken. Niet door partij te kiezen, maar door oog te blijven houden voor de belangen en behoeften van alle betrokkenen, met name die van het kind.

De beroepscode als professioneel houvast

De beroepscode biedt daarvoor belangrijke ondersteuning. Niet als een verzameling regels die afstand creëren, maar als een hulpmiddel om zorgvuldig, respectvol en transparant te handelen. Vanuit respect voor ouders en kinderen, én vanuit het belang van het kind, mag van een jeugdprofessional worden verwacht dat hij of zij helder is over doelen, keuzes en verantwoordelijkheden. Hard werken verdient waardering. Maar in het tuchtrecht is uiteindelijk niet de vraag hoe hard je hebt gewerkt, maar hoe professioneel je hebt gehandeld. Dat onderscheid verdient aandacht in de opleiding, begeleiding en reflectie van jeugdprofessionals.

Ondersteuning van ZorgWijs

En ZorgWijs kan daarbij kan helpen. Juist bij zaken waar klachten dreigen, ethische dilemma’s het maken van keuzes bemoeilijken en het vinden van de juiste onderbouwing van (kern)beslissingen.

Kijk op:  zorgwijs.eu/diensten/ondersteuning-beroepsethiek/

Deel dit bericht

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp