FAQs

Een cliënt mag zelf besluiten te stoppen met de behandeling. Maar mag een behandelaar dat ook? Nee, dat mag alleen als er een gewichtige reden is

Voorbeelden van een gewichtige reden zijn:

  • Verhuizing
  • Onvoldoende informatie van de cliënt
  • Gevoelens voor de behandelaar
  • Agressief of onheus gedrag
  • Niet meewerken aan de behandeling
  • Herhaald niet betalen
  • Ernstige meningsverschillen over de behandeling
  • Een zwaarwegend belang van de behandelaar

De behandelaar moet zorgvuldig handelen en de volgende stappen nemen:

  • Reden van beëindiging duidelijk uitleggen
  • Dossier goed bijhouden
  • Redelijke opzegtermijn hanteren
  • Noodzakelijke/acute zorg waarborgen
  • Zorg voortzetten tot er een nieuwe behandelaar is
  • Meedenken over een alternatief
  • Gegevens delen met nieuwe behandelaar (na toestemming)

Wat als een cliënt niet meer reageert? De behandelaar moet vastleggen wat er is geprobeerd. Pas als er een gewichtige reden is én aan alle zorgvuldigheidseisen is voldaan, kan de behandelrelatie worden beëindigd.

Ja. Als de ouder zelf in het gesprek zit, mag hij het opnemen. Het is niet netjes om dit stiekem te doen, maar juridisch mag het meestal wel. Of een geluidsopname gepubliceerd mag worden hangt van de situatie af. Er wordt gekeken naar privacy van de personen die op de opname spreken, of er namen genoemd worden en of het geen knip- of plakwerk is. Ook mag de opname geen strafbare feiten bevatten, zoals belediging, bedreiging of laster. De grens is soms moeilijk aan te geven omdat het recht op vrijheid van meningsuiting ook belangrijk is. Als de grens wordt overschreden kan aangifte worden gedaan.

Let op het verschil met beeldopnames:

Geluidsopnames mogen, maar beeldopnames zonder toestemming zijn strafbaar. Dat geldt ook voor het publiceren van beeldopnames zonder toestemming.

Een Veilig Thuis-organisatie heeft een verzoek ontvangen van een GI (jeugdbeschermingsorganisatie) over een gesloten dossier van VT. Het betreffende kind is 16 jaar oud en staat onder toezicht van de GI. De (gezaghebbende) ouders zijn op de hoogte van het verzoek van de GI. Mag VT het gehele dossier of alleen doelgerichte informatie verstrekken? Moeten de (gezaghebbende) ouders en/of de 16-jarige toestemming geven hiervoor?

Informatieplicht van artikel 7.3.11 lid 4 van de Jeugdwet

De GI doet hier een beroep op de informatieplicht in het kader van de ondertoezichtstelling, zoals opgenomen in artikel 7.3.11 lid 4 van de Jeugdwet. Op basis van dat artikel kan de GI informatie opvragen die (volgens de GI) noodzakelijk is in het kader van de uitvoering van de OTS. Het past daarin niet dat de GI een geheel dossier opvraagt; zij moeten aangeven om wat voor type informatie het gaat (die betrekking heeft op het onder toezicht gestelde kind en/of zijn ouders) en waarom die noodzakelijk is in het kader van de uitvoering van de OTS. Vervolgens is het aan VT om een afweging te maken welke informatie wordt verstrekt. Daarbij kan het zeker van belang zijn hoe lang geleden het dossier is afgesloten en op welke wijze die informatie nu relevant en noodzakelijk is voor de GI.

Wettelijke verplichting & transparantie

O.g.v. genoemd artikel is VT wettelijk verplicht om, als de GI daarom vraagt, die informatie te verstrekken die noodzakelijk is voor de uitvoering van de OTS. Dit moet de verzorging en opvoeding van de jeugdige, de persoon van de jeugdige of de persoon van de ouder betreffen. Toestemming is niet vereist, maar als je op basis van deze wettelijke verplichting informatie deelt met de GI is het wel van belang de betrokkenen waarover je informatie deelt met de GI daarover te informeren.

Ja. Wij staan al jarenlang jeugdprofessionals bij als zij een tuchtklacht krijgen. Wij geven informatie over de verschillende routes na een klacht en begeleiden het hele proces. Wij vinden het belangrijk dat de jeugdprofessional wordt ontzorgd. Samen met de jeugdprofessional nemen we de klacht door en benoemen wij de punten waarop de jeugdprofessional kan reflecteren. In sommige gevallen schrijven wij het verweerschrift. Dat hangt af van de route die het Voorportaalcollege kiest. Ook gaan wij mee naar de gesprekken met de Commissie van Consultatie of naar de zitting van het College van Toezicht. Door onze jarenlange ervaring hebben wij goed zicht gekregen op wat belangrijk is bij deze procedures.

ZorgWijs biedt verschillende soorten trainingen. Zowel vaardigheidstrainingen, als actualiteitentrainingen en trainingen waarin kennisoverdracht centraal staat. ZorgWijs probeert interactieve trainingen te maken die goed aansluiten op de dagelijkse werkpraktijk van de jeugdprofessional. Zo geven Inge en Annemarie al jarenlang de training ‘optreden ter terechtzitting’ voor jeugdbeschermers. Hierin staat het oefenen centraal. We werken daarin samen met een hele ervaren trainingsacteur. De deelnemers vinden dat soms spannend. Na afloop horen we vaak dat deze spanning achteraf gelukkig niet nodig was geweest. We sluiten ook bij het oefenen met de trainingsacteur aan bij wat de jeugdbeschermers in de groep zelf graag leren. Bij de training ‘deugdelijke dossiervoering’ staat kennisoverdracht op de voorgrond. Wel is er tijdens die training ruimte voor eigen inbreng van de deelnemers.

Bij de trainingen die wij over het juridisch kader geven aan jeugdbeschermingsorganisaties en Veilig Thuis staat ook kennisoverdracht op de voorgrond, maar zorgen we door het gebruik interactieve werkvormen dat het behapbaar en praktisch blijft.

Een vraag vanuit VT: een zwangere vrouw weigert bepaalde medicatie in te nemen die zij nodig heeft om haar ongeboren kind te beschermen tegen de overdracht van een virus. Zij heeft op het internet gelezen dat de medicatie gevaarlijke bijwerkingen heeft. Wat kan VT doen?

VT heeft geen bevoegdheden om het gebruik van de medicatie af te dwingen. Dit is een beslissing van de ouder met gezag, ook als het kind nog niet geboren is. VT kan wel een jeugdbeschermingstafel beleggen en daar overleg hebben met de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). Als het nodig is, kan door de RvdK ook voor een ongeboren kind een ondertoezichtstelling worden verzocht bij de kinderrechter. Dan moet wel duidelijk zijn dat er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De kinderrechter zal, ook in geval van een ongeboren kind, beoordelen of de criteria voor de oplegging van een ondertoezichtstelling genoeg onderbouwd worden door de RvdK.

Ouderschap en gezag

Een veelvoorkomend misverstand is dat een ouder automatisch het ouderlijk gezag heeft wanneer een kind diens achternaam draagt. De achternaam is echter niet gekoppeld aan het ouderlijk gezag, maar aan het juridisch ouderschap. Een minderjarige kan bijvoorbeeld de achternaam dragen van de ouder die het kind heeft erkend, zonder dat deze ouder met de moeder is getrouwd of een geregistreerd partnerschap met haar heeft.

Tip: Controleer bij twijfel over de herkomst van de achternaam of de ouder het kind heeft erkend of op het moment van de geboorte met de moeder was getrouwd of een geregistreerd partnerschap met haar had.

Rechten van jeugdigen

Veel mensen denken van wel. Maar juridisch ligt dat genuanceerder.
De wet gaat ervan uit dat kinderen naarmate zij ouder worden steeds meer zelf kunnen beslissen. Daarom verschuiven rechten en verantwoordelijkheden geleidelijk van ouders naar jeugdigen.

Een paar belangrijke voorbeelden:
✅ Vanaf 14 jaar ben je in beginsel zelf aansprakelijk voor schade die je veroorzaakt.
✅ Vanaf 12 jaar telt jouw stem mee als hulp en zorg nodig is. In sommige situaties kan jouw wens zelfs de doorslag geven. Vanaf 16 jaar mag je zelfstandig toestemming geven voor hulp en zorg, ook als jouw ouders het daar niet mee eens zijn.
✅ Vanaf 12 jaar heb je als leerling een zelfstandige stem als het gaat om de verwerking van jouw gegevens.
✅ Vanaf 16 jaar bepaal je zelf wie inzage krijgt in jouw persoonsgegevens en in jouw dossier.
✅ Ben je 16 of 17 jaar en krijg je een kind? Dan kun je de rechter vragen om je meerderjarig te verklaren, zodat je zelfstandig het gezag over je kind kunt uitoefenen.
✅ Ben je 16 jaar of ouder en wil je bijvoorbeeld een eigen onderneming starten? Dan kun je de rechter vragen om bepaalde bevoegdheden van een meerderjarige te krijgen. Dit heet handlichting.

De grens van 18 jaar is dus belangrijk, maar zeker niet de enige leeftijdsgrens die ertoe doet.

Voor jeugdprofessionals is het daarom essentieel om te weten welke rechten een jeugdige op welke leeftijd heeft. Dat voorkomt misverstanden en helpt om jongeren op een passende manier te betrekken bij beslissingen die hen raken.

💡 Tip: de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving maakte een handige infographic met belangrijke leeftijdsgrenzen. Handig om te bewaren voor de momenten waarop je twijfelt: wie mag hier eigenlijk beslissen? https://lnkd.in/eA-YK6hY

Dossiervoering, privacy en beroepsgeheim

Ja. Als de ouder zelf in het gesprek zit, mag hij het opnemen. Het is niet netjes om dit stiekem te doen, maar juridisch mag het meestal wel. Of een geluidsopname gepubliceerd mag worden hangt van de situatie af. Er wordt gekeken naar privacy van de personen die op de opname spreken, of er namen genoemd worden en of het geen knip- of plakwerk is. Ook mag de opname geen strafbare feiten bevatten, zoals belediging, bedreiging of laster. De grens is soms moeilijk aan te geven omdat het recht op vrijheid van meningsuiting ook belangrijk is. Als de grens wordt overschreden kan aangifte worden gedaan.

Let op het verschil met beeldopnames:

Geluidsopnames mogen, maar beeldopnames zonder toestemming zijn strafbaar. Dat geldt ook voor het publiceren van beeldopnames zonder toestemming.

Een Veilig Thuis-organisatie heeft een verzoek ontvangen van een GI (jeugdbeschermingsorganisatie) over een gesloten dossier van VT. Het betreffende kind is 16 jaar oud en staat onder toezicht van de GI. De (gezaghebbende) ouders zijn op de hoogte van het verzoek van de GI. Mag VT het gehele dossier of alleen doelgerichte informatie verstrekken? Moeten de (gezaghebbende) ouders en/of de 16-jarige toestemming geven hiervoor?

Informatieplicht van artikel 7.3.11 lid 4 van de Jeugdwet

De GI doet hier een beroep op de informatieplicht in het kader van de ondertoezichtstelling, zoals opgenomen in artikel 7.3.11 lid 4 van de Jeugdwet. Op basis van dat artikel kan de GI informatie opvragen die (volgens de GI) noodzakelijk is in het kader van de uitvoering van de OTS. Het past daarin niet dat de GI een geheel dossier opvraagt; zij moeten aangeven om wat voor type informatie het gaat (die betrekking heeft op het onder toezicht gestelde kind en/of zijn ouders) en waarom die noodzakelijk is in het kader van de uitvoering van de OTS. Vervolgens is het aan VT om een afweging te maken welke informatie wordt verstrekt. Daarbij kan het zeker van belang zijn hoe lang geleden het dossier is afgesloten en op welke wijze die informatie nu relevant en noodzakelijk is voor de GI.

Wettelijke verplichting & transparantie

O.g.v. genoemd artikel is VT wettelijk verplicht om, als de GI daarom vraagt, die informatie te verstrekken die noodzakelijk is voor de uitvoering van de OTS. Dit moet de verzorging en opvoeding van de jeugdige, de persoon van de jeugdige of de persoon van de ouder betreffen. Toestemming is niet vereist, maar als je op basis van deze wettelijke verplichting informatie deelt met de GI is het wel van belang de betrokkenen waarover je informatie deelt met de GI daarover te informeren.

De jeugdhulp kijkt steeds vaker naar het gezin als geheel. Begrijpelijk, want problemen ontstaan en worden opgelost in relaties, patronen en gezinsdynamieken. Maar juridisch wringt daar iets. De wet gaat namelijk uit van individuele behandelrelaties, individuele dossiers en een strikt beroepsgeheim. Terwijl de praktijk vraagt om samenhang, gezinsgericht werken en gezamenlijke besluitvorming. Hoe ga je daarmee om?

✅ Schrijf gestructureerd en maak duidelijk op wie informatie betrekking heeft. Dat voorkomt veel zoekwerk als een dossier later moet worden gedeeld, opgeschoond of ingezien.

✅ Bespreek aan het begin van de hulpverlening verwachtingen over privacy en informatie-uitwisseling. Ouders van hetzelfde kind zullen in bepaalde situaties informatie over het welzijn van hun kind van elkaar mogen weten. Dat betekent soms ook dat informatie die door of over een ouder is verstrekt, met de andere ouder gedeeld moet worden.

✅ Informatie die bij beide ouders al bekend is, mag in beginsel ook met beide ouders worden gedeeld.

✅ Bevat een verslag informatie over meerdere gezinsleden? Maak dan steeds een zorgvuldige afweging tussen het privacybelang van de betrokken persoon en het belang van een begrijpelijk, volledig en navolgbaar dossier.

✅ Is een kind 12 jaar of ouder? Vraag wat het kind zelf wil. En is een kind 16 jaar of ouder, dan is dat extra belangrijk: vanaf die leeftijd is een jeugdige in de ogen van de wet zelfstandig bevoegd om hierover beslissingen te nemen.

Past het huidige dossierrecht nog wel bij de werkelijkheid van gezinsgerichte hulpverlening? Totdat wetgeving en praktijk beter op elkaar aansluiten, blijft het zoeken naar een zorgvuldige balans tussen gezinsgericht werken, privacy, beroepsgeheim en de rechtspositie van alle betrokkenen. Deze praktische handvatten kunnen helpen om die afweging bewust en navolgbaar te maken.

Stel: een oud-cliënt vraagt je om zijn dossier te vernietigen. Een maand eerder heeft hij aangegeven dat hij overweegt een klacht in te dienen. In het dossier staat belangrijke informatie over een verschil van inzicht over de behandeling.

Ben je dan verplicht om het dossier te vernietigen?

Niet altijd.

✅ Heb je concrete aanwijzingen dat een cliënt een klacht wil indienen of een procedure wil starten? Dan kan dat een geldige reden zijn om een verzoek tot vernietiging af te wijzen. Je moet jezelf immers kunnen verdedigen.

✅ Het is daarbij belangrijk dat er meer is dan een vermoeden. Er moeten voldoende concrete aanwijzingen zijn dat een klacht of procedure daadwerkelijk wordt voorbereid.

✅ Heb je die concrete aanwijzingen niet en wijs je het verzoek tot vernietiging toe? Dan mogen de gevolgen daarvan in beginsel voor rekening van de cliënt komen.

✅ Een cliënt die vernietiging van zijn dossier verzoekt, neemt namelijk bewust het risico dat belangrijke informatie voor een klachtprocedure verloren gaat.

✅ Als een klacht wordt ingediend nadat het dossier rechtsgeldig is vernietigd, kan dat gevolgen hebben voor de beoordeling van die klacht. De behandelaar heeft dan immers geen mogelijkheid meer om zich met behulp van het dossier te verweren.

Het recht op vernietiging van een dossier is dus belangrijk, maar niet onbeperkt. Soms weegt het belang van een goede rechtsbescherming van de hulpverlener zwaarder.

💡 Tip: leg altijd goed vast waarom je een verzoek tot vernietiging wel of niet hebt toegewezen. Juist die onderbouwing kan later van grote betekenis zijn. Dit bericht mag je ook bewaren als je het verzoek vernietiging verder toewijst.

Klacht- en tuchtrecht

Tekst

Jeugdwet, wgbo en toegang tot (jeugd)hulp

Ja. Als de ouder zelf in het gesprek zit, mag hij het opnemen. Het is niet netjes om dit stiekem te doen, maar juridisch mag het meestal wel. Of een geluidsopname gepubliceerd mag worden hangt van de situatie af. Er wordt gekeken naar privacy van de personen die op de opname spreken, of er namen genoemd worden en of het geen knip- of plakwerk is. Ook mag de opname geen strafbare feiten bevatten, zoals belediging, bedreiging of laster. De grens is soms moeilijk aan te geven omdat het recht op vrijheid van meningsuiting ook belangrijk is. Als de grens wordt overschreden kan aangifte worden gedaan.

Let op het verschil met beeldopnames:

Geluidsopnames mogen, maar beeldopnames zonder toestemming zijn strafbaar. Dat geldt ook voor het publiceren van beeldopnames zonder toestemming.

Een Veilig Thuis-organisatie heeft een verzoek ontvangen van een GI (jeugdbeschermingsorganisatie) over een gesloten dossier van VT. Het betreffende kind is 16 jaar oud en staat onder toezicht van de GI. De (gezaghebbende) ouders zijn op de hoogte van het verzoek van de GI. Mag VT het gehele dossier of alleen doelgerichte informatie verstrekken? Moeten de (gezaghebbende) ouders en/of de 16-jarige toestemming geven hiervoor?

Informatieplicht van artikel 7.3.11 lid 4 van de Jeugdwet

De GI doet hier een beroep op de informatieplicht in het kader van de ondertoezichtstelling, zoals opgenomen in artikel 7.3.11 lid 4 van de Jeugdwet. Op basis van dat artikel kan de GI informatie opvragen die (volgens de GI) noodzakelijk is in het kader van de uitvoering van de OTS. Het past daarin niet dat de GI een geheel dossier opvraagt; zij moeten aangeven om wat voor type informatie het gaat (die betrekking heeft op het onder toezicht gestelde kind en/of zijn ouders) en waarom die noodzakelijk is in het kader van de uitvoering van de OTS. Vervolgens is het aan VT om een afweging te maken welke informatie wordt verstrekt. Daarbij kan het zeker van belang zijn hoe lang geleden het dossier is afgesloten en op welke wijze die informatie nu relevant en noodzakelijk is voor de GI.

Wettelijke verplichting & transparantie

O.g.v. genoemd artikel is VT wettelijk verplicht om, als de GI daarom vraagt, die informatie te verstrekken die noodzakelijk is voor de uitvoering van de OTS. Dit moet de verzorging en opvoeding van de jeugdige, de persoon van de jeugdige of de persoon van de ouder betreffen. Toestemming is niet vereist, maar als je op basis van deze wettelijke verplichting informatie deelt met de GI is het wel van belang de betrokkenen waarover je informatie deelt met de GI daarover te informeren.

Rechtspraak en optreden ter zitting

Tekst

Over ons

Ja. Wij staan al jarenlang jeugdprofessionals bij als zij een tuchtklacht krijgen. Wij geven informatie over de verschillende routes na een klacht en begeleiden het hele proces. Wij vinden het belangrijk dat de jeugdprofessional wordt ontzorgd. Samen met de jeugdprofessional nemen we de klacht door en benoemen wij de punten waarop de jeugdprofessional kan reflecteren. In sommige gevallen schrijven wij het verweerschrift. Dat hangt af van de route die het Voorportaalcollege kiest. Ook gaan wij mee naar de gesprekken met de Commissie van Consultatie of naar de zitting van het College van Toezicht. Door onze jarenlange ervaring hebben wij goed zicht gekregen op wat belangrijk is bij deze procedures.

ZorgWijs biedt verschillende soorten trainingen. Zowel vaardigheidstrainingen, als actualiteitentrainingen en trainingen waarin kennisoverdracht centraal staat. ZorgWijs probeert interactieve trainingen te maken die goed aansluiten op de dagelijkse werkpraktijk van de jeugdprofessional. Zo geven Inge en Annemarie al jarenlang de training ‘optreden ter terechtzitting’ voor jeugdbeschermers. Hierin staat het oefenen centraal. We werken daarin samen met een hele ervaren trainingsacteur. De deelnemers vinden dat soms spannend. Na afloop horen we vaak dat deze spanning achteraf gelukkig niet nodig was geweest. We sluiten ook bij het oefenen met de trainingsacteur aan bij wat de jeugdbeschermers in de groep zelf graag leren. Bij de training ‘deugdelijke dossiervoering’ staat kennisoverdracht op de voorgrond. Wel is er tijdens die training ruimte voor eigen inbreng van de deelnemers.

Bij de trainingen die wij over het juridisch kader geven aan jeugdbeschermingsorganisaties en Veilig Thuis staat ook kennisoverdracht op de voorgrond, maar zorgen we door het gebruik interactieve werkvormen dat het behapbaar en praktisch blijft.